Terug naar verhalen




Piet Nicola
9 Studebakers en 4 Packards
Piet Porrel
“Ze noemden mij vroeger Piet Porrel, en dat ben ik eigenlijk nog steeds, een porrelaar. Nu ben ik de trotse bezitter van 9 Studebakers en 4 Packards.”
Ze noemden mij vroeger Piet Porrel, en dat ben ik eigenlijk nog steeds, een porrelaar. Al vroeg ging ik langs de kraak om oude solexen en fietsen weg te slepen voordat de vuilniswagen aan kwam rijden. Deze knapte ik dan op en verkocht ze weer. Zo ontstond er een levendige handel in brommers en later in auto's. Bij een vriend, zijn vader was kolenboer geweest, kon ik oude auto's stallen tussen de kolenschotten. Toen het pand werd verkocht kwam Piet, 17 jaar, met 5 auto's bij zijn vader de werft oprijden. Die vond dat niet zo leuk; de meeste zijn dan ook naar de sloop gegaan.
Maar waarom Packard en Studebaker?
Ik spaarde autoplaatjes die mijn vader bij een pakje sigaretten kreeg, en dan kon je zo een album volplakken. De 1937-er Packard was toch wel de mooiste, ik tekende die dan ook na.
Voor Studebaker was het ook een moment dat op mijn netvlies bleef staan. We woonden naast het Hotel 't Bruine Paard in Sassenheim. Het parkeerterrein stond altijd vol met Kevers, Lelijke Eendjes, Opels, Simca's en dergelijke. In het voorjaar kwamen de Amerikaanse soldaten die gelegerd waren in Duitsland voor een weekend naar de bollen en de kust.
Een Amerikaan vroeg me waar hij kon tanken. Ik kon dat als 7-jarig joggie niet uitleggen en ben met hem meegereden in zijn Studebaker naar het benzinestation. Dat was een hele ervaring. Ik kreeg ook nog een dollar; toen was ik helemaal de koning te rijk.
Zulke gebeurtenissen blijven onbewust altijd bij je, en nu ben ik de trotse bezitter van 9 Studebakers en 4 Packards.


